26 september 2019

In Nederland is de verplichte zorg al zo’n vierentwintig jaar lang geregeld in de wet Bijzondere Opname Psychiatrische Ziekenhuizen (BOPZ). Anno 2020 sluit de BOPZ echter niet langer aan bij de huidige tijd, de maatschappij, de actuele zorgbehoeftes en de behoefte aan zorg op maat. De wet maakt namelijk geen onderscheid in de verschillende doelgroepen, waardoor iedere casus op dezelfde wijze benaderd wordt.

Daarom wordt de BOPZ per 2020 vervangen door de twee nieuwe wetten:

  1. de Wet verplichte ggz (Wvggz) voor de psychiatrie,
  2. en de Wet Zorg en Dwang (WZD) voor dementerende ouderen en de gehandicaptenzorg.

Wat houden de wetten in?

De Wet verplichte ggz (Wvggz) streeft naar een verbeterde rechtsbescherming voor de betrokkene. De wet beschrijft verplichte zorg als het ultimum remedium; de mogelijkheid tot verplichte opname staat niet langer centraal, zoals met de BOPZ. De Wvggz maakt het ook mogelijk om verplichte zorg te leveren in de ambulante sector als een rechter dit oplegt. Opname is niet meer de enige interventie voor zorg in het verplichte kader. Het betreft een andere kijk op de verplichte zorg, met meer regie voor de betrokkene.

De Wet zorg en dwang (WZD) richt zich op het ‘nee, tenzij’-principe. Deze wet benadrukt dat onvrijwillige zorg niet moet worden toegepast, tenzij de zorgvrager niet in staat is om zelf in te schatten wat het beste voor hem of haar is.

Wvggz in de praktijk

De wetsverandering heeft een grote impact op de praktijk. Doelmatigheid, proportionaliteit, subsidiariteit en veiligheid zijn de nieuwe uitgangspunten. De rechter legt in een zorgmachtiging vast welke uitvoering (maatregelen) van verplichte zorg geleverd mag worden.

De aanvraagprocedure voor verplichte zorg verandert en wordt gecompliceerder door een aantal redenen. Ten eerste kan de aanvraag via meer wegen binnenkomen bij de zorginstelling: via justitie, gemeente, familie en de behandelaar. Ten tweede krijgt de betrokkene de mogelijkheid om verplichte zorg te voorkomen door zelf een plan van aanpak te schrijven. Dit geeft de betrokkene regie in het aanvraagproces van een zorgmachtiging. Ten slotte hebben de geneesheer-directeur en de officier van justitie regelmatig contact met elkaar op casusniveau. Er is een grotere mate van betrokkenheid en een nieuwe rolverdeling die mogelijk tijdrovend is.

Efficiënte en effectieve processen

Bij ggz-instellingen die nu een BOPZ aanmerking hebben of met de nieuwe wet verplichte zorg willen gaan leveren, zijn projecten opgezet die zich bezighouden met de wetsverandering. De processen van aanvraag en uitvoering van de verplichte zorg worden bestudeerd en vergeleken met de huidige processen. Er worden landelijk oefensessies georganiseerd om de procedures van aanvraag tot uitvoer aan de hand van casuïstiek te doorgronden. Vooral hulpverleners in de ambulante sector krijgen nieuwe mogelijkheden voor verplichte zorg.

Als projectondersteuner Wvggz ondersteunt en adviseert Lisanne Ernst haar werkgever Tactus verslavingszorg bij het Wvggz-project. Zij vertelt hoe ze dat aanpakt:

“Binnen het project zijn verschillende werkgroepen. We zien de rollen van de betrokken functies veranderen en proberen hier een zo goed mogelijk beeld van te vormen. De nieuwe wet stelt kortere termijnen om aanvragen in te dienen en stukken aan te leveren, dus moet het bureau verplichte zorg processen efficiënt en effectief inrichten.”

“Zeker in het begin zal de nieuwe wet tijdrovend zijn en zullen instellingen, de rechtbank, het OM en de gemeente samen moeten werken om de vertaling naar de praktijk in goede banen te leiden. Een goede ketensamenwerking is dan ook van belang in de aanloop naar de wet, maar zeker ook na ingang van de Wvggz.”

“Processen moeten inzichtelijk zijn voordat we ze invulling kunnen geven”

Ook bij GGZ inGeest zijn verschillende werkgroepen opgericht die zich bezighouden met de Wvggz. Tom Schouten is medewerker BOPZ Bureau bij GGZ inGeest, en is in die rol momenteel bezig de processen inzichtelijk te krijgen die per 1 januari 2020 gevolgd moeten worden. Schouten: “Per maatregel kijken we wat er moet gebeuren, welke wetsartikelen daarbij horen en hoe deze in ons proces in te passen. Als deze processen duidelijk en goed inzichtelijk zijn, kunnen we gaan kijken naar de invulling en welke draai GGZ inGeest hieraan wil geven.”

Ondanks de onzekere factoren die vanuit de overheid toegelicht moeten worden, zien de stappen die bij GGZ inGeest worden gezet er veelbelovend uit. Verder is GGZ inGeest in gesprek met andere GGZ-instellingen uit de regio Amsterdam en worden er regelmatig oefensessies bezocht in de regio Amsterdam en Haarlem (rechtbank Noord-Holland). Komende tijd zal er steeds meer duidelijk worden en zullen de eerste zichtbare stappen ter voorbereiding worden gemaakt.

Gevolgen voor systemen

De nieuwe wet vraagt niet alleen om wijzigingen in de praktijk en processen, maar ook de registratie in het Elektronisch Patiënten Dossier. Softwareleveranciers zijn dan ook druk bezig om de huidige EPD-systemen aan te laten sluiten bij de nieuwe wetgeving.

In het ideale geval maken de systemen niet alleen de registratie mogelijk, maar zijn ze straks ook in staat om de processen te ondersteunen en termijnen actief te signaleren.

Benieuwd waar de softwareleveranciers uiteindelijk mee op de proppen komen? Houd deze pagina in de gaten.

delen:
loading