17 september 2019 Algemeen

De uitbundig versierde hoeden mogen weer in de kast, de Glazen Koets mag zijn intrek nemen in de Koninklijke Stallen naast de te renoveren Gouden Koets en minister van Financiën Wopke Hoekstra kan zijn koffertje voor een jaar opbergen in zijn ministerie. De derde dinsdag van september, Prinsjesdag 2019, is achter de rug. De dag waarop ons staatshoofd de troonrede heeft uitgesproken en daarmee heeft aangegeven wat het regeringsbeleid voor het komende jaar zal zijn. Hoewel de miljoenennota steevast uitlekt, en Prinsjesdag met name een feest voor Oranjeminnend Nederland is, zijn we uiteraard benieuwd naar welke plannen het kabinet, in lijn met de traditionele hoedenparade, allemaal uit de hoge hoed heeft getoverd.

Het jaar 2020 wordt vermoedelijk het zevende jaar op rij met economische groei. De groei van de Nederlandse economie vlakt echter wel iets af. In zijn troonrede waarschuwt de koning ons dan ook voor een afname van de economische groei.

De werkgelegenheid in ons land is nog altijd hoog. Het kabinet zegt genoegen te nemen met een lager begrotingsoverschot van 0,3 procent en naar verwachting daalt de staatsschuld tot 47,7 procent van het bruto binnenlands product (BBP). Hiermee wordt de marktwaarde van alle producten en diensten die een land in een bepaalde periode produceert bedoeld. Daarmee is Nederland nog niet op het niveau van voor de economische crisis, maar de reserves zijn dusdanig dat eventuele toekomstige economische tegenslagen op dit moment beter opgevangen kunnen worden.

Desalniettemin zal 2020 ook een onzeker jaar zijn. Nederland staat er, volgens het eerder uitgelekte voorwoord, economisch ‘robuust’ voor, maar tal van internationale handelsspanningen leiden tot onzekerheden. In het Verenigd Koninkrijk is men momenteel druk bezig de brexit in goede banen te leiden en in landen om ons heen zien we dat de economische groei steeds minder wordt en dat er in sommige gevallen zelfs dreiging is van een krimpende economie. Zo werd eind augustus al bericht dat landen als Duitsland, Engeland en Zweden een eerste kwartaal van krimp achter de rug hebben en op de rand van recessie staan. Economische groei wordt gemeten aan de hand van het BBP. Doorgaans spreken we van een recessie wanneer er twee opeenvolgende kwartalen sprake is van economische krimp. In Nederland zagen we dit voor het laatst in 2012 en 2013, waarbij er sprake was van een krimp rond de 0,5 procent. In Duitsland zien we deze cijfers nu ook. Het is de vraag welke landen gaan volgen en hoe Nederland zich op dit gebied staande blijft houden.

 

Investeringsfonds

Daarnaast krijgen we ook met andere uitdagingen te maken waarop ons land zal moeten inspringen. Denk aan het feit dat we steeds ouder worden en de verwachte lagere arbeidsproductiviteit. Nieuwe technologieën zullen de wijze van ons werken gaan beïnvloeden en de manier waarop wij ons geld verdienen. De Nederlandse overheid is voornemens om miljarden te pompen in een fonds waaruit investeringen in bijvoorbeeld infrastructuur, wetenschap en nieuwe technologie als kunstmatige intelligentie geput zouden kunnen worden. Op de langere termijn moeten deze investeringen de verdienkracht van onze economie versterken. Daarmee speelt het kabinet in op de onzekerheid van economieën in landen om ons heen. Rutte III hoopt hiermee Nederland te verzekeren van economische groei, ook als er de komende jaren weer tegenwind opsteekt. De redenatie is dat de investeringen zichzelf op termijn weer terugverdienen.

Over het veelbesproken toekomstfonds wordt veelal verschillend gedacht. De ene regeringspartij heeft het over een onderzoek naar investeringsmogelijkheden. De andere partij droomt al hardop over concrete projecten, zoals verlenging van de Noord-Zuidlijn naar Schiphol. In zijn troonrede stelt koning Willem-Alexander echter dat er volgend jaar gestart gaat worden met een eerste opzet, zodat Nederland uiteindelijk ook over twintig of dertig jaar met een duurzame samenleving en economie te maken heeft.

Feit blijft dat investeren op dit moment gunstig is voor de Nederlandse staat om de eenvoudige reden dat de rente nu zo laag is. Naast de eerder genoemde investeringen denken de coalitiepartijen aan investeringen in infrastructurele projecten, de wetenschap en het onderwijs. Met name de investeringen in het onderwijs worden met open armen ontvangen, nadat er jarenlang het gevoel geheerst heeft dat de Nederlandse staat er op dit vlak met de pet naar heeft gegooid. Het tekort aan leraren blijft echter nijpend, aldus de koning in zijn troonrede.

Daarbij is de gedachte van onze regering dat het belastinggeld niet van de politiek is, maar van alle Nederlanders. Door daar zorgvuldig mee om te gaan en te blijven investeren in onze toekomst, werken we niet alleen aan de welvaart van Nederland nu, maar ook aan die van volgende generaties, aldus kabinet Rutte III. Koning Willem-Alexander haalde deze gedachte ook bij aanvang van zijn troonrede aan. Vertrouwen en verdraagzaamheid zijn belangrijke items. Ondanks de positieve noot van de regering merkt de koning op dat de levens van alle inwoners niet in een mal passen. “Geen enkel leven voegt zich naar de mediaan van een statistisch model.”

 

Lastenverlichting

Om de Nederlandse bevolking voor te bereiden op de komende veranderingen, gaat het kabinet een aantal stappen nemen. Er wordt drie miljard euro extra vrijgemaakt om huishoudens – en met name werkenden – qua lasten te verlichten. De voor 2021 geplande tariefsverlaging van de inkomstenbelasting is middels een handige begrotingstruc een jaar naar voren gehaald. De regering beoogt hiermee een betere balans tussen werknemers en zelfstandigen te realiseren.


De grote groep zzp’ers die ons land rijk is, gaat de komende jaren een aantal fiscale voordelen verliezen. Het gedeelte van de winst waarover zelfstandigen geen belasting hoeven te betalen, wordt de komende tien jaar bijvoorbeeld verlaagd van € 7.280 naar ongeveer € 5.000.

Het kabinet verlicht daarnaast de lasten op burgers en betaalt die inspanning gedeeltelijk door, zoals eerder gezegd, genoegen te nemen met een lager begrotingsoverschot, dat op 0,3 procent in plaats van de eerder nog geraamde 0,5 procent uitkomt.

Voor de koopkracht betekent dit dat een doorsnee huishouden er 2,1 procent op vooruit moet gaan. De helft van de huishoudens gaat er volgend jaar meer dan 2,1 procent op vooruit. Daarnaast is er natuurlijk ook een deel van de huishoudens dat er minder dan dat percentage bij krijgt. Het koopkrachtcijfer is echter wel flink hoger dan de aanvankelijk verwachte stijging van 1,2 procent. Werkenden zouden er 2,4 procent op vooruit moeten gaan. Gepensioneerden staan geraamd op 1,1 procent. Tweeverdieners gaan er met 2,3 procent het meeste op vooruit, alleenstaanden blijven hangen op 1,7 procent.

Alle groepen die in de koopkrachtplaatjes terug te vinden zijn, gaan er het komende jaar op vooruit, waarbij wel de kanttekening geplaatst dient te worden dat de percentages weinig zeggen over de koopkrachtwinst die de Nederlandse burgers daadwerkelijk in hun portemonnee gaan voelen. Mensen die verhuizen, hun werk verliezen of met pensioen gaan, krijgen doorgaans te maken met flinke veranderingen in hun inkomen. Deze fluctuaties zijn niet terug te vinden in de gepresenteerde koopkrachtcijfers.

Opvallend is ook dat de collectieve lasten voor het eerst in jaren gaan dalen. We bedoelen hiermee het deel van de totale economie dat Nederland afstaat aan belastingen en premies. We zien ten aanzien hiervan een daling van 39,2 procent naar 38,8 procent.

 

Woningmarkt

Naast de koopkrachtstijging trekt het kabinet het komende jaar ook extra geld uit voor meer betaalbare woningen. Om de tekorten op de woningmarkt aan te pakken, trekt de regering een miljard euro uit om nieuwbouwprojecten te subsidiëren. Ook gaat er een miljard euro naar woningcorporaties, zodat die meer huizen kunnen gaan bouwen. Daarbij wordt de verhuurdersheffing verlaagd. Het kabinet overweegt ook om de overdrachtsbelasting voor starters te schrappen. Dat gaat bij de aankoop van een huis zo’n 2 procent op de koopsom schelen. Beleggers zouden daarentegen juist meer overdrachtsbelasting moeten gaan betalen. De geplande maatregelen moeten er toe leiden dat de woningmarkt weer vlot getrokken wordt. De in totaal extra begrote kosten ten aanzien van de woningmarkt komen neer op 250 miljoen euro.

De zorgpremie gaat volgend jaar licht omhoog, namelijk met zo’n drie euro per maand. Op jaarbasis gaat een basisverzekering daardoor bijna veertig euro extra kosten. Verzekeraars mogen hiervan afwijken. Zij maken hun tarieven in een later stadium bekend.

Zoals eerder gezegd vlakt de economische groei komend jaar af. Dit komt vooral door de exportgroei die terugvalt naar 1,9 procent. Dit vertaalt zich ook in een langzamere groei van de werkgelegenheid. Waar deze de laatste vier jaar steevast op of boven de 2 procent lag, daar zien we voor het komende jaar een groei van 0,8 procent.

prinsjesdag2019

De afvlakkende groei van onze economie vertaalt zich ook in een toenemend werkloosheidscijfer. Voor het eerst sinds de crisis neemt dit toe, namelijk van 3,4 procent naar 3,5 procent. Dat komt neer op ongeveer 325.000 mensen die momenteel zonder werk zitten.

Daarnaast trekt het kabinet extra de portemonnee ten aanzien van thema’s als jeugdzorg (300 miljoen euro extra) en defensie (51 miljoen euro extra).Deze bedragen komen boven op de eerder toegezegde financiële injecties. Ook het versneld afbouwen van de gaswinning is een van de thema’s. Ten aanzien van dit laatste onderwerp hadden met name de inwoners van Groningen de laatste jaren geen hoge pet op van het gevoerde beleid van onze regering. Met het versneld dichtdraaien van de gaskraan lijkt het kabinet de Groningers echter tegemoet te gaan komen, ook al blijft men in onze noordelijke regio’s sceptisch over de gedane toezeggingen van minister Eric Wiebes.

Verder wil Rutte III de akkoorden rondom pensioen en klimaat nu in de praktijk gaan omzetten, zodat bijgedragen kan worden aan een duurzaam Nederland en een toekomstbestendig pensioenstelsel. De extra kosten voor het gesloten pensioenakkoord beslaan volgend jaar circa 400 miljoen euro. Dit bedrag loopt daarna op tot ruim een miljard euro in 2022. De financiële gevolgen van het klimaatakkoord zijn in die jaren begroot op 200 tot 300 miljoen euro extra per jaar. Dit geld wordt onder andere besteed aan een warmtefonds, waarmee mensen het isoleren van hun huis kunnen financieren. Ook gaat er geld naar landbouw, parkeerplekken van fietsen en de aanpak van stikstof.


Winstbelasting

Een ander heet hangijzer van de laatste jaren zijn de multinationals zoals Philips, Shell en AkzoNobel, die in Nederland nauwelijks of geen winstbelasting hoeven af te dragen. Dit ging een hoop mensen hun pet te boven. Eind 2018 bleek bijvoorbeeld dat een bedrijf als Shell in zijn geheel geen belasting hoefde af te dragen over de geboekte winst. Op termijn kunnen bedrijven verliezen in het buitenland nog aftrekken van de behaalde winst in Nederland met als gevolg dat er minder belasting betaald wordt. Straks mag dat nog maar gedurende drie jaar bij dochterbedrijven binnen de Europese Unie en niet meer ten aanzien van dochterondernemingen buiten de EU.

De vennootschapsbelasting gaat later en minder hard omlaag. Bedrijven met winsten boven de 200 duizend euro betalen daardoor volgend jaar nog steeds 25 procent belasting in plaats van de beloofde 22,55 procent. Een jaar later komt het tarief uit op 21,7 procent, wat nog altijd meer is dan het percentage van 20,5 procent dat aanvankelijk was beloofd door ons kabinet.

 

Conclusie

Al met al kunnen we de conclusie trekken dat de Nederlandse regering met de bovengenoemde maatregelen de lijn van de voorgaande jaren adequaat voortzet en een groot gedeelte van haar inwoners tegemoet lijkt te komen na een tijd van forse bezuinigingen. Lastenverlichting, koopkrachtstijging en investeringen staan voorop in het nieuw te voeren beleid, waarbij het vertrouwen in een duurzame en een betere toekomst wordt versterkt. Koning Willem-Alexander haalt daarbij, in een tijd waarin Nederland bijna 75 jaar in vrijheid leeft, de naoorlogse periode aan. Vrijheid, democratie en een sterke rechtstaat blijven nog steeds belangrijke grondbeginselen van ons land en worden in een tijd waarin het internationaal onrustig is steeds belangrijker. Nederland staat aan de vooravond van een fase waarin benadrukt wordt dat een sterke economie nodig is om te kunnen blijven bouwen aan een sterk Nederland. Ondanks de genoemde economische onzekerheden en internationale bedreigingen zijn de vooruitzichten voor volgend jaar positief. In navolging van datgene waar het voor velen tijdens Prinsjesdag echt om draait, namelijk de traditionele hoedenparade, kunnen we niets anders zeggen dan “Petje af!”.

Door Ferry Zweerink, HR & Payroll Consultant bij Quoratio.

delen:
loading