| Als je gaat solliciteren, dan zal er een CV moeten komen. Dat lijkt de gemakkelijkste stap uit het hele sollicitatietraject, je hoeft gelukkig nog niet met zo’n akelige selecteur aan tafel. De praktijk wijst echter uit dat mensen het lastig vinden wat nou wel en wat nou juist niet op hun CV te zetten. Welke opleidingen zet ik erop, en in welke volgorde? Hoever moet ik terug in mijn werkverleden? Moeten mijn hobby’s erop? En is het goed om een typering van mezelf erop te zetten, of juist niet? Wanneer is een CV compleet? Eigenlijk is er geen eenduidig antwoord op die vraag. Natuurlijk is het evident dat je werkverleden op je CV te zien is. Maar ook daar kun je in doorschieten. Als ik een CV voor me krijg met een heel opstel aan irrelevante bijbaantjes als vakkenvuller, krantenbezorger en babysitter, dan doet me dat niet veel. Het irriteert me hoogstens, dat je de hoofd- en bijzaken van je arbeidsverleden niet weet te scheiden. Aan de andere kant wil je ook geen gat creëren. Het is goed als je werkverleden en je opleidingen samen een complete tijdslijn vormen. Want ook qua opleidingen gaat het wel eens mis. Want als je die ene opleiding er maar niet opzet, omdat je die toch niet hebt afgerond, kan er ook een gat in je CV ontstaan, waardoor ik vermoed dat je van 2007 tot 2009 op je krent gezeten hebt. Denk er ook aan je werkverleden en opleidingen er op chronologische volgorde op te zetten, te beginnen bij het meest recente. Uiteraard zet je ook je complete personalia op je CV, daar begint je CV mee. Je naam, adres, geboortedatum, de hele mikmak. Doopnamen mag je best weglaten, je kinderen en huisdieren hoeven er ook niet op. Het CV gaat over jou. Als je Curriculum Vitae niet kunt schrijven (ik zie vaker het foute Vitea, dan het correcte Vitae), noem ’t dan gewoon CV. Maar dan wordt het pas echt lastig. Moet er verder nog wat op? Heb je een paar maanden gereisd? Zeker doen! Ben je actief geweest binnen de studentenvereniging? Dito. Heb je hobby’s? Dat is al wat lastiger. Denk allereerst na of de hobby’s die je nu te binnen schieten, wel echt hobby’s zijn. Ik heb ettelijke malen op een CV ‘fitness’ zien staan, om vervolgens een plompe sollicitant aan tafel te krijgen, die al maanden geen sportschool van binnen had gezien. En dat je van gezelligheid houdt, kan toch ook geen verrassing zijn, een enkele kluizenaar daargelaten. Wanneer je een ‘onderscheidende’ hobby hebt, wordt het al wat interessanter. Denk aan verzamelingen, een specifieke sport (dus geen fitness, dat doet toch niemand voor zijn lol?), lidmaatschap van een politieke partij of een vereniging, of een muziekinstrument dat je bespeelt. Hier maak je in één klap je CV een stuk persoonlijker mee. Natuurlijk is het wel zo, dat je hier een vooroordeel mee uit kunt lokken. Als mijn politieke voorkeur lijnrecht tegenover de jouwe staat, dan krijg ik daar een gevoel bij. En als je toevallig aan paardrijden doet, denk ik dat je elke dag om vijf uur uit het raam springt om je paard te gaan kammen. (Maar misschien ligt dat aan mij.) Maar, het zegt wel iets over jou, en het toont aan dat je ergens een passie voor hebt. En dat wil ik ook weten als je een hobby of interesse hebt die absoluut de mijne niet is. Dat is positief. Tot slot kan ook een typering van jezelf – een opsomming van relevante eigenschappen – je CV opleuken. Maar ga ook daar niet de fout in door volstrekt inwisselbare eigenschappen op te lepelen. Want flexibiliteit en nauwkeurigheid zijn eigenschappen die ik van al mijn sollicitanten verlang. En ook nietszeggende eigenschappen als spontaniteit kun je beter weglaten. Wat onderscheidt jou van mij? Dat is de vraag. Als je op die manier je hele CV bekijkt, en de spelfouten buiten de deur weet te houden, dan komt je CV al een heel eind. Succes!
Jeroen van Rossum

|